Een herontdekking van de ethiek van het eten

schijfvanvijfVorige week kwam de Gezondheidsraad met nieuwe adviezen voor voor gezonde en ecologische verantwoorde voeding. Enkele van die adviezen zijn:

  • drink elke dag groene of zwarte thee
  • eet dagelijks wat ongezouten noten
  • drink minder vruchtensappen
  • drink liever geen alcohol

In het Nederlands Dagblad wijdde de hoofdredacteur Sjirk Kuijper er een commentaar aan waarin hij christenen er op wijst dat er ook zoiets als een ethiek van het eten bestaat. Het valt hem namelijk op dat het woord ‘zondigen’ (een typisch ethische begrip) ook door niet-gelovigen veel wordt gebruikt juist op het gebied van eten en drinken. Wie aan de lijn doet en toch een taartje mee eet op een feestje, zegt al snel: één keertje zondigen mag toch wel?

Maar hebben christenen zelf eigenlijk wel een visie op eten en drinken en wat daarin goed en gezond is en wat niet? In de Heidelbergse Catechismus bijvoorbeeld wordt over eten alleen maar gesproken als het over het Avondmaal gaat. Sjirk Kuijper schrijft:

De kinderen van de Reformatie lijken nogal onverschillig in hun keuzes op het gebied van eten en drinken. Ze weten het genieten daarvan niet tot levenskunst te verheffen, maar zijn ook niet al te druk met de vraag hoe je Christus navolgt in de supermarkt of achter de magnetron. Zorg voor het lichamelijk welzijn en welbevinden, zelfs voor het eenvoudige ‘dagelijks brood’, wordt verdrongen door zorg om ‘het eeuwig, zalig leven’.

Nu heb ik niet de indruk dat dat nog steeds zo waar is: dat protestantse christenen nu zoveel bezig zijn met de zorg om ‘eeuwig, zalig leven’. Desalniettemin lijkt me de volgende oproep van Kuijper beslist behartigenswaardig:

Misschien is het tijd voor een kleine deelreformatie; voor een herontdekking van de ethiek van het eten. Met het genieten van een goede maaltijd kun je de Gever ervan verheerlijken. En culinaire zonde, dat is vooral: onverschillig consumeren.

Ja, misschien vooral dat laatste: het is belangrijk dat onze ogen ervoor open gaan dat ‘onverschillig consumeren’ een culinaire zonde is en ons dus op afstand zet van het goede leven zoals God dat heeft bedoeld.

Vanavond besteden we in de cursus in de Plantagekerk ‘Groeien in het goede leven’ in het kader van de praktijk van ‘samen eten’ juist hier aandacht aan. Hoe kunnen we leren genieten van het goede leven door ook aandacht te hebben voor vragen als:

  • Hoe duurzaam is ons voedsel?
  • Hoe diervriendelijk is ons eten geproduceerd?
  • Hoe gezond zijn onze maaltijden?

Is het toepassen van de (in 2016 verwachte nieuwe) Schijf van Vijf niet bij uitstek ook een heel christelijke praktijk?

Advertenties

Henk Mijnders: ‘Aandacht, gastvrijheid en rechtvaardigheid maken ons leven tot echt leven!’

henkmijnders(Onderstaande gastblog schreef Henk Mijnders voor het Maandblad Contact van de Christelijke Gereformeerde Kerk Zwolle (oktober-nummer). Met zijn toestemming wordt het hier gedeeld.)

Inspiratie van de ‘buren’

Door Henk Mijnders

Onlangs hadden we een bijeenkomst van de predikanten van de samenwerkende Ichthusgemeenten in Zwolle (GKV, NGK en CGK). Omdat er een nieuwe collega bij was begonnen we met een rondje voorstellen, waarbij ieder iets van zichzelf en zijn kerk vertelde. Collega Jos Douma van de Plantagekerk vertelde iets over het  jaarthema van zijn kerk, en ik vond dat dermate inspirerend, dat ik dacht: laat ik daarover maar eens iets schrijven in ons Contact.

In de Plantagekerk hebben ze de term ‘discipelschap’ vertaald met ‘verlangen naar het goede leven’. Dat vind ik mooi! Misschien is het wel de grootste ‘ontdekking’ in mijn christenleven geweest, dat de term ‘eeuwig leven’ in de bijbel en in het onderwijs van Jezus betrekking heeft op het leven hier en nu. Wie gelooft hééft eeuwig leven. Jezus is gekomen om ons  echt leven te geven,  leven en overvloed! Leven dat uiteindelijk sterker zal blijken te zijn dan de dood. Maar dat leven begint nu. Daarom had Jezus discipelen, leerlingen: zij leerden van Hem hoe leven écht leven wordt, zij leerden van Hem ‘het goede leven’.

Er zijn tijden geweest dat we dachten dat je christen was als je een ‘set waarheden’ accepteerde. Tegenwoordig raken we er steeds meer van overtuigd dat het erom gaat dat je je een ‘set levensinstellingen’ je probeert eigen te maken. Jezus gaf zijn discipelen helemaal niet zoveel theologisch en theoretisch onderwijs,  over de Drie-eenheid, over de uitverkiezing, over de rechtvaardiging. Jezus leerde zijn discipelen leven met God en mensen. In de folder van het jaarthema van de Plantagekerk worden genoemd: aandacht, gastvrijheid en rechtvaardigheid. Nou, daar heb je wel drie zaken die ons leven tot echt leven maken.

Aandacht!

Door de overvloed aan prikkels die wij te verwerken krijgen, zowel op ons werk als in onze vrije tijd, leven we als mensen die veel te snel en onnadenkend hun bord leegeten. En als het leeg is beseffen we dat we vergeten zijn te proeven hoe lekker het was. De kerk wil een plek van stilte zijn zodat we innerlijk tot rust komen. In de kerk proberen we de kernzaken van het leven te verwoorden, zodat we er niet aan voorbij leven. Aandachtig leven wil zeggen dat we oog hebben  voor zegen, soms in heel kleine dingen, echte zegen voortdurend heel de dag.

En dan gastvrijheid.

Wat neemt die in de Bijbel een grote plek in. Openstaan voor medemensen die een plek zoeken waar ze veilig zijn. Soms heel letterlijk, zoals nu met al die vluchtelingen. Maar ook op een meer figuurlijke manier: mensen die wij toelaten in ons hart, en die met alles wat ze te vertellen hebben veilig zijn bij ons en liefdevol door ons worden opgevangen. Niemand kan de hele wereld in huis halen, maar ieder mens kan leren zijn ‘deur’ open te doen.

En rechtvaardigheid.

De wereld staat bol van het onrecht en onwaarachtigheid. Dat we niet langer denken: ze zoeken het maar uit, ’t  is mijn schuld toch niet. Juist dat heeft Jezus niet gedacht en daarom leert hij zijn discipelen ook om zo niet langer te denken.

Hoe leer je nu aandachtig te leven, hoe kan je hart veranderen in een gastvrije ruimte en hoe ontstaat er in je leven een passie voor gerechtigheid? Dat bewerkt de Heilige Geest. En dat doet hij doordat we proberen samen een echte gemeente, een gemeenschap te vormen. In Plantagekerk omschrijven ze die echte gemeenschap met de begrippen: samen lezen, samen delen en samen eten.

Samen eten, delen, lezen

Hoewel ze daar in de Plantagekerk een heel goede reden hebben voor hún volgorden, zet ik deze drie nu even in mijn/onze volgorde. Want zo gebeurt het in onze kringen (de kleine kringen, maar ook allerlei andere kringen). Daar eten we samen, om zo dicht bij elkaar te komen dat we ook minder indrukwekkende kanten van ons leven samen kunnen delen, en dat doen we bij het licht van woorden die we samen lezen.

Facebook

Het christelijk geloof kan niet zonder woorden, zonder uitleg, toerusting. Een gemeentelid van ons is een facebookgroep gestart van mensen die samen op lezen in de Bijbel. Inmiddels hebben ze het evangelie naar Matteus al samen uit. Prachtig om te zien hoe dat allerlei vragen oproept en hoe mensen elkaar helpen antwoorden te vinden. En elke kerkdienst heeft iets van samen lezen. En al onze kringen. Prachtig om samen heel rustig een mooie tekst te proeven en elkaar te vertellen wat woorden met je doen.

Wij doen het dit nieuwe seizoen op onze eigen manier. Maar ik wilde u even laten meekijken over de schutting naar de buren. Ik vond het inspirerend, vandaar.

Bijbeljaar gestart!

refo500-ondertitelOp zaterdag 31 oktober is het Bijbeljaar 2016 van start gegaan. Dit Bijbeljaar is een aanloop naar het jaar 2017 waarin de 500e geboortedag van de Reformatie wordt gevierd. De Reformatie was in veel opzichten een terugkeer naar de Bijbel: Sola Scriptura – alleen de Schrift!

Alle reden dus om in het kader van het gemeentethema ‘Verlangen naar het goede leven’ ook nadrukkelijk aandacht te besteden aan de eerste van d drie gekozen ‘praktijken’: het ‘samen lezen’. Hoe doen we dat? Hoe lezen we de Bijbel? Lezen we de Bijbel nog wel? Of schiet het er steeds meer bij in?

De pas verschenen Samenleesbijbel is in elk geval voor gezinnen met kinderen in de leeftijd 7-12 jaar een prachtig hulpmiddel om aan tafel (weer) samen te (gaan) lezen uit de verhalen van het Oude en Nieuwe Testament.

Wat doe jij momenteel om bezig te zijn met de Bijbel?

Zullen we samen eten? Pleidooi voor maaltijdsamenkomsten (3, slot)

samenetenIn de vorige twee blogposts (deel 1 en deel 2) heb ik de ‘maaltijdsamenkomst’  geïntroduceerd. Welke plaats kan deze vorm van een christelijke samenkomst in het gemeenteleven van de Plantagekerk krijgen? Hieronder volgen wat overwegingen met als doel om bezinning en gesprek op gang te brengen rond de plaats van het Avondmaal en van andere maaltijden in het gemeenteleven.

  1. Een prachtige plek voor de ‘maaltijdsamenkomst’ lijkt me de miniwijk te zijn. Daar komt een relatief kleine gemeenschap bij elkaar die leeft van het verlangen om samen te lezen, te delen en te eten, met Jezus in het midden. Zo’n samenkomst kan op elke dag van de week plaats vinden. De zondag zou zeker ook een mooie dag zijn, helemaal als de ‘maaltijdsamenkomst’ een verbinding aangaat qua thematiek met de kerkdienst op zondagmorgen van de gemeente als geheel.
  2. Een maaltijd voorbereiden kan op meerdere manieren. Twee mensen koken voor een hele groep die dan kan gaan aanzitten. Voor die twee mensen is dat misschien wel jammer omdat ze de maaltjd zelf wellicht minder mee kunnen beleven. Een heel goed alternatief is dat iedereen wat meebrengt: genoeg voor zichzelf en voor nog iemand anders.
  3. Een ‘maaltijdsamenkomst’ is niet altijd even geschikt: soms kost het gewoon (te) veel voorbereiding en tijd; soms zijn er in een miniwijk veel jonge kinderen die niet zo lang aan tafel kunnen zitten. Dan zou de ‘maaltijdsamenkomst’ ook de bescheidener (en misschien ook wel meer bij de Nederlandse cultuur passende) vorm van een ‘koffietafel’ kunnen krijgen: koffie, thee en wat broodjes. Ook dan ben je samen aan het eten en is er een mooie contact gemaakt om samen te delen en te lezen.
  4. Als we het ‘samen eten’ vaker en op meer plaatsen in de praktijk gaan brengen in de gemeente, zullen er als vanzelf ook vragen opkomen. Hoe kunnen we bij het ‘samen eten’ op andere plaatsen dan in de kerkdienst ook het brood breken en de beker laten rondgaan als expliciete oefening in afhankelijkheid van Jezus? Welke plaats krijgen de kinderen daar dan bij? En als we merken dat het heel natuurlijk en eigenlijk vanzelfsprekend is dat kinderen er daar helemaal bij horen, wat betekent dat dan voor onze visie op en beleving van het Avondmaal in de kerk en de plaats van de kinderen daarbij? Het is goed om dat soort vragen te stellen en te beleven, juist ook vanuit de praktijk en niet eerst (of zelfs alleen) op ‘theoretisch’ niveau.
  5. Vanuit het ‘samen eten’ in het dagelijkse leven zullen er ook vragen opkomen rond het ‘samen eten’ in de liturgie in de Avondmaalsviering. Als Plantagekerkgemeente vieren we het Avondmaal momenteel maandelijks in één vorm: de gaande viering. Doet die viering wel voeldoende recht aan de heel eigen waarde van de tafel en het zitten aan tafel? Kunnen we het Avondmaal niet ook weer aan tafels vieren? Of bijvoorbeeld momenten vinden om als wijk (of twee wijken) het Avondmaals in kleinere kring aan tafels te vieren, bijvoorbeeld in de ruimte van De Aanloop?

Uiteindelijk gaat het erom dat we nieuwe vormen vinden en bestaande vormen aanpassen om samen te oefenen in het goede leven door de praktijken van samen lezen, samen delen en samen eten. Maar het zou wel eens zo kunnen zijn dat het ‘samen eten’ daarbij het beste aangrijpingspunt vormt voor vernieuwing van vormen én voor geestelijke vernieuwing.

Zou het trouwens toevallig zijn dat de Alphacursus, die al zo veel jaren zoveel betekent voor mensen als het gaat om groei in geloof, helemaal volgens het ‘concept’ van samen eten, samen lezen, samen delen verloopt?

Aan tafel! De visie van tafelontwerper Erik Mostert

erikbrandmerkEen kleine filosofie van de tafel. Daar komt Erik Mostert mee. Hij is tafelontwerper, hij verkoopt tafels en hij was tot voor kort lid van de Plantagekerk. Nu woont hij in Hattem. Meer over zijn bedrijf vind je hier: ERIK tafels en meer.

Tafels is voor mij wel een passieding. Niet alleen om ze te maken of te ontwerpen, maar zeker ook als object en als de beste plek om te gaan zitten. Tafels zijn zó basic! Ze bieden de wereld aan mogelijkheden. Er zijn voor mij drie dingen waarin ik de passie voor de tafel gevonden heb.

1. De tafel als ontwerp

Zo eenvoudig als een tafel eruit ziet, zo moeilijk is het om een ‘goede’ tafel vorm te geven. Natuurlijk gaat het over smaak, maar ook over esthetische verhoudingen en de uitstraling die je wilt bereiken. De tafel is een simpel object: een platte plaat met poten/onderstel. Meer is het niet en dat maakt het voor mij juist zo mooi en interessant. Ook is het vaak het object dat de meeste ruimte neemt in een interieur. Daarom moet je de aanwezigheid van de tafel niet onderschatten qua ruimte en qua plek van beweging. Door materiaal, vorm en kleur zorgvuldig toe te passen kan het als object in de ruimte eruit springen of juist een object worden dat in de ruimte wegvalt. Je kunt er voor kiezen om het blad alle aandacht te geven of je kiest juist voor een sprekend onderstel, of beide (niet) waardoor het een eenheid wordt.

2. De plek en positie van de tafel

Alle meubels hebben vaak een bepaalde plek en positie in huis. De laatste jaren heeft de tafel een steeds centralere positie in het wonen gekregen: ‘de leeftafel’. Want de tafel brengt mensen bij elkaar, straalt gastvrijheid uit en verplicht bijna tot communicatie. Ik vind dat een mooie ontwikkeling!

3. Aan tafel

tafel02De aantrekkingskracht die een mooie tafel heeft, is voor veel mensen groot. Het zorgt voor beweging er naartoe. Maar als men eenmaal zit, overheerst de rust en is er ruimte voor echt van alles. Dat is waarom ik eerder al zei dat je de betekenis van de tafel niet moet onderschatten.

Een tafel is er om aan te zitten, om erop te staan en om eronder te schuilen/verstoppen. Aan tafel komen mensen bij elkaar en scheiden ook hun wegen. Aan tafel eet men en heeft men honger, aan tafel verklaart men elkaar de liefde en scheldt men elkaar de huid vol, aan tafel worden afspraken gemaakt en gebroken, aan tafel omhels je de ander en sla je met de vuist op het blad. Aan tafel mag je twijfelen en weet je het zeker, aan tafel wordt gewerkt en uitgerust, aan tafel word gelachen, gehuild, getroost, gezwegen, geschreeuwd, gezongen. Het mag stil zijn aan tafel, aan tafel zijn plekken bezet en zijn er lege plekken… Al deze dingen kunnen meer en meer tegelijkertijd plaatsvinden naarmate de tafel groter wordt.

De grootte van de tafel maakt dus uit voor de mate van diversiteit tijdens het gelijktijdig ontmoeten. Maar ook een tafel met twee mensen heeft een grote diversiteit aan gebruik wanneer zij lang aan tafel zitten. Al denkend en schrijvend begin ik ineens ook beter te begrijpen wat gemeente van Jezus zijn is, Hij heeft de grootste tafel voor ons klaar staan, altijd plek voor iedereen.)

Mijn tafel

De tafel is het eerste meubelstuk waar ik aan denk bij de inrichting van een huis.
Doordat de tafel het meest gebruikte meubel is vind ik ook dat het een centrale plek moet hebben in het interieur. Als ik voor mezelf een tafel maak dan houd ik de laatste bladzijde van een Asterix en Obelix wel eens naar boven in mijn gedachten. De sfeer die dat uitstraalt is goed, een sfeer van overwinning van overvloed, vreugde en samenzijn.

asterix-obelix-eten

Over het algemeen zít ik aan tafel. Maar ik wil altijd dat je op een tafel moet kunnen dánsen (wanneer nodig). Daarmee bedoel ik vooral dat de tafel stevig moet zijn. Mijn tafel moet stevig zijn en stevigheid uitstralen. Vooral het blad mag een oerbasic-uitstraling hebben. Rechthoekig. En vooral: lengte en rust!

Mijn tafel moet lang zijn zodat er altijd genoeg plek is voor iedereen en ook voor de onverwachte gast! Ik daag mijn klanten ook vaak uit om thuis nog eens een keer te gaan meten of de tafel niet langer kan.

Mijn tafel moet smal zijn, maximaal 85 centimeter. Esthetisch krijgt de tafel daardoor meer lengte. Ook zit je aan een smalle tafel dicht tegen over elkaar en ervaar je meer het contact. Je moet elkaar de lepel in de mond kunnen drukken, dat maakt delen makkelijker.

Massief hout is het mooiste materiaal voor het tafelblad: het leeft, het voelt warm aan en is altijd uniek. Ik houd ervan dat je de elementen goed kunt onderscheiden, dus de dikke planken in het blad zijn ook echt dikke planken. Onbehandeld (bloot) wordt het tafelblad het mooist, kringen en vlekken, deuken en krassen verdwijnen door tijd en intensief gebruik.

tafel01Het onderstel mag bestaan uit strakke schuine dikke poten die aan de kopse kanten ver naar binnen staan zodat je ook aan de kopse kanten comfortabel kan zitten. Strak en dik omdat het de functie van dragen moet uitstralen, schuin omdat het spanning moet geven.

Geef je tafel een centrale plek. Maak hem zelf of ontwerp hem zelf. Laat je door een tafel uitnodigen of door de gene van wie de tafel is. En ervaar een tafel elke keer als de basis voor iets vertrouwds of iets nieuws. 

Zo simpel als we een tafel vinden, zoveel kan je er over vertellen en nog veel meer…

Zullen we samen eten? Pleidooi voor maaltijdsamenkomsten (2)

tafel_van_de_ideeHoe zet je een maaltijdsamenkomst op (een gastvrije samenkomst van christenen rondom een maaltijd met ook plaats voor samen bidden, samen lezen en samen zingen)?

Ook die vraag krijgt in het boekje ‘Eten met Jezus’ een antwoord. Daarbij moet bedacht worden dat het in een maaltijdsamenkomst niet om een nieuw ‘trucje’ gaat om mensen te trekken. Fundamenteel is hier dat het evangelie niet alleen in woorden tot ons komt. ‘De maaltijden die Jezus hield waren zelf ook een boodschap, een boodschap die niet alleen in woorden was uit te drukken.’

  1. Zorg voor eten. Logisch natuurlijk. Je kunt het laten bezorgen of door iemand laten maken. Veel leuker is het als alle deelenemers zelf wat meenemen. Vraag hun thuis wat lekkers klaar te maken, genoeg voor zichzelf en tenminste één andere persoon.
  2. Denk na over de inrichting van de ruimte. ‘Het is ongelooflijk hoeveel de schikking van tafels en stoelen doet met de cultuur van een gemeenschap.’
  3. Bedenk een programma. Of misschien beter: maak een menukaart. Op dat menu kunnen de volgende onderdelen een plek krijgen: opening, samen zingen, samen (Bijbel) lezen, samen praten (tafelgesprek), samen luisteren naar een of meer korte toespraken (tafelrede), geven, zegen.
  4. Het is mooi om tijdens de maaltijdsamenkomsten ook een plek te geven aan het breken van het brood en het drinken van wijn. Dat kan door de maaltijd te openen met brood breken en delen, en de maaltijd af te sluiten met het heffen van een glas wijn op het goede leven.

In de volgende blogpost vertaal ik dit verhaal over de maaltijdsamenkomst door naar het leven van de geloofsgemeenschap van de Plantagekerk. Waar kunnen maaltijdsamenkomsten plaats? In miniwijkverband? Thuis? In een zaal in de kerk? Nog weer ergens anders? Hoe groot is de groep? Hoe verhoudt de maaltijdsamenkomst zich tot een kerkdienst en tot de Avondmaalsviering? Allemaal vragen…

Zullen we samen eten? Pleidooi voor maaltijdsamenkomsten (1)

etenmetJezusRond het onder ‘samen eten’ van ons gemeentethema ‘verlangen naar het goede leven’ kwam ik op het spoor van het boekje ‘Eten met Jezus. Bijbelstudies over maaltijden in Lucas’. Het verscheen in 2012 en is geschreven door Stefan Paas, Gert-Jan Roest en Siebrand Wierda. Zij zijn of waren alle drie betrokken bij de Amsterdamse christelijke gemeenschap Via Nova.

In deze gemeenschap wordt gezocht naar manieren om het evangelie zo te vertalen en te vertolken dat het aansluit bij mensen van onze tijd. Een van de manieren waarop dat gebeurt, is de maaltijdsamenkomst: een samenkomst waarin samen gegeten wordt en waarbij ook elementen een plaats krijgen die horen bij een ‘gewone’ kerkdienst zoals een ‘preek’ (tafelrede), liederen, brood en wijn en gebed. Tegelijk is er ook ruimte voor een tafelgesprek en meer vormen van intereactie.

In deze eerste blogpost geef ik iets door over de bedoeling van dergelijke samenkomsten (zie ‘Eten met Jezus’, blz. 9-14). In de tweede blogpost beschrijf ik hoe zo’n maaltijdsamenkomst kan worden opgezet (‘Eten met Jezus’, blz. 14-18). En in een derde en laatste blogpost vertaal ik een en ander door naar de context van de Plantagekerk in Zwolle.

Wat is de bedoeling?

Wat is de bedoeling van de maaltijdsamenkomsten zoals die beschreven staan in ‘Eten met Jezus’? Het gaat in deze samenkomsten om een vernieuwing van de manier van samenkomen van christenen door creatief gebruik te maken van een aantal spanningen. Er kunnen er vijf worden genoemd.

1. De spanning tussen binnen en buiten. Het gaat om samenkomsten die bestemd zijn voor ménsen. Niet voor ‘kerkmensen’. Ook niet voor ‘ongelovigen’. Maar voor ménsen zoals ze zijn. Het gaat er dus niet om om ‘binnen’ iets te doen wat voor ‘buiten’ ook boeiend is. Het gaat om ontmoetingen waar iedere aanwezige gezien wordt als mens, om ontmoetingen die dus voor allen interessant, inspirerend en uitdagend zijn.

2. De spanning tussen lichaam en verstand. In de kerk lijkt het er vaak op wat we denken dat mensen gaan geloven als we maar veel tegen ze aan praten en hun uitleggen hoe het geloof werkt. ‘Via het hoofd naar het hart. Maar zitten we echt zo in elkaar? Werkt het zo dat we eerst rationeel de voors en tegens afwegen, dan een keuze maken om ergens in te geloven, en vervolgens dit ook in de praktijk brengen?’ Van Augustinus leren we dat wij geen rationele wezens zijn maar dat we gedreven worden door liefde als ons diepste verlangen. Dit liefdesverlangen wordt niet alleen gevoed door woorden maar ook (en misschien wel vooral) door beelden, gesprekken, ontmoetingen, ervaringen, voorbeelden, aanrakingen, praktijken. Daarom is het voor christelijke samenkomen ook zo belangrijk dat de hele mens wordt aangesproken, de mens als verlangend wezen. Daarin speelt niet alleen het hoofd, maar spelen ook ons hart en ons lichaam een belangrijke rol. In de sacramenten (doop en avondmaal) is deze spanning tussen hoofd en lichaam heel goed vorm gegeven: er is zeker veel zinnigs over te zeggen, maar emotie, aanraking en praktische ervaring spelen ook een heel belangrijke rol.

3. De spanning tussen sacraal en seculier. Het zit diep in onze cultuur dat we een scheiding maken tussen ‘religie’ en de ‘gewone wereld’, tussen de zondag en de maandag. Er is een ‘sacraal’ domein: kerkdiensten, bidden, psalmen zingen, je aan bepaalde (religieuze) regels houden. En er is een ‘seculier’ domein: werken, sporten, vrije tijd, vakantie, muziek enzovoort. Maar het is gevaarlijk om deze scheiding te maken omdat je dan zomaar in twee werelden gaat leven, terwijl het gaat om de ene werkelijkheid van God, de werkelijkheid waarin Christus binnen is gekomen. Daarom moeten christelijke samenkomsten steeds zoeken naar manier om het sacrale en het seculiere te verbinden, steeds proberen de verbinding tussen die twee zichtbaar en ervaarbaar te maken. Dat kan naar twee kanten toe: het gewone, seculiere kan als het ware gewijd worden, opgetild naar de werkelijkheid van God; het sacrale, gewijde kan worden verbonden met het gewone leven en zo veel dichterbij komen. Want heel deze wereld is van God!

4. De spanning tussen alleen en samen. Veel mensen zijn vooral op zoek naar individuele ervaringen. En dat is goed, want geloven is ook iets persoonlijks. Tegelijk is het voor christelijke samenkomsten heel kenmerkend dat het gaat om sámen: samen zingen, samen bidden, samen leven, samen lezen, samen delen, samen eten. Hoe kun je in christelijke samenkomsten zowel het individuele als het gezamenlijke een plaats geven?

5. De spanning tussen actief en passief. Christelijke samenkomsten lopen sterk het gevaar om een passief gebeuren te zijn voor het overgrote deel van de aanwezigen. Passief luisteren neemt een grote plaats in. Hoe kunnen we er zorg voor dragen dat in de samenkomsten (en ook in de voorbereiding ervan) veel meer mensen actief meedoen? Interactie en respons kunnen daarin elementen zijn.

Volgende blog: Hoe zet je een maaltijdsamenkomst op?

Lezen, delen, eten

SAMENLEZENDELENETENZo aan het begin van een nieuw seizoen stelt ik mezelf altijd weer de vraag: Waar gaat het nu echt om in kerk-zijn? Want voor je het weet ben je als predikant weer bezig om  jezelf en de gemeente weer de weken door te managen. Er is altijd zoveel te regelen en te doen en te vergaderen! Maar ik wil helemaal geen manager zijn. En daarom: wat doet er nu echt toe in de kerk?

En nu heb ik het gevoel dat ik een inspirerend antwoord heb gevonden. Dat antwoord kwam ik op het spoor door twee dingen met elkaar te combineren. Eerst was er deze gedachte: christenen herken je niet aan de overtuigingen die ze onderschrijven, maar aan de praktijken waarin ze participeren. Al te lang hebben we gedacht dat christen zijn vooral te maken had met het hebben van een set overtuigingen over God, de bijbel, de kerk en de wereld. Maar het gaat om een set praktijken: wat we doen en hoe we dat doen, dát maakt het verschil.

En toen, het tweede, was daar een PKN-voorganger die op een conferentie zei: ‘Woord en sacramenten, dat moet ons genoeg zijn!’ Woord, Doop en Maaltijd. Ik zag opeens dat dat praktijken waren: dingen die we als christenen samen doen om te groeien in geloof en om te oefenen in het goede leven. Wat nu als we Woord, Doop en Maaltijd niet opsluiten in onze zondagse liturgie, maar de kern, de ziel ervan meenemen in ons dagelijkse leven? En zo kwam ik bij deze drieslag als kern van kerk zijn en christen zijn: samen lezen, samen delen, samen eten.

Samen lezen: telkens opnieuw, op allerlei manieren moet het goede nieuws gehoord en gelezen worden, dat nieuws over die andere wereld, de wereld van God, die tegelijk ook zo dichtbij is. Laten we meer samenleesmomenten creëren! Samen delen: doop betekent toch dat je deelt in het heil van Jezus, dat je deel uitmaakt van zijn lichaam? En dat betekent toch dat we ons leven gaan delen, ons hartm onze zorgen, onze moeiten, onze aanvechtingen? Laten we meer samendeelmomenten creëren! Samen eten: zou er niet een onzichtbare maar tegelijke heel reële verbinding tussen al onze maaltijden en eetmomenten en die ene maaltijd die zo vol is van Jezus en zijn korninkrijk?  Laten we meer sameneetmomenten creëren!

Ik hoop van harte dat dat gaat gebeuren, in de kerk, in de kerkdiensten (als oefenplek) maar veel meer nog op allerlei andere momenten en plaatsen waar we het goede leven uitproberen, om er steeds meer de smaak van te pakken te krijgen.

Jos Douma

Bovenstaand verhaal werd gepubliceerd in het kerkblad van de Protestantse Gemeente Zwolle, Gaandeweg augustus-september 2015

Inspiratie voor gastvrijheid

welcomeOp zondagmorgen 27 september stond in de Plantagekerk het thema gastvrijheid centraal. De kerk als geloofsgemeenschap is een oefenplaats voor die gastvrijheid. Want we geloven in een gastvrije God en we volgen een gastvrije Heer.

Gastvrijheid is tegelijk één van de deugden die in het gemeentehema ‘Verlangen naar het goede leven‘  centraal staat. Onderstaande citaten helpen om geïnspireerd te worden en te blijven om gastvrij te leven. Ze komen uit het boek ‘Engelen als gasten? Christelijke gastvrijheid’ van Robert Vosloo.

“Gastvrijheid vraagt ten diepste dat wij onszelf openstellen voor de ander en zijn anders-zijn; dat wij goed zullen zien dat openhei voor de ander niet betekent dat wij onze eigen identiteit prijsgeven, maar die juist verruimen.” (blz. 27)

“De boodschap van het koninkrijk is goed nieuws voor zwakken, zieken, gemarginaliseerden, voor hen die het allemaal niet kunnen bijhouden, voor degenen zonder economische macht en waarde. Door zulke mensen wordt ontdekt dat een mens door de beoefening van gastvrijheid geen tijd verliest maar die juist ontvangt. Gastvrijheid houdt in dat er tijd wordt gemaakt voor degenen voor wie we ogenschijnlijk geen tijd hebben. Maar we kunnen het nog preciezer uitdrukken: door gastvrij te zijn ontvangen mensen tijd, de tijd van het koninkrijk, de bevrijde tijd, de tijd zonder angst, de tijd van de liefde.” (blz. 40)

“Gastvrije verwelkoming is een van de tekenen dat een gemeenschap leeft. Anderen uitnodigen laat zien dat we niet bang zijn. Dat we een schat van waarheid en vrede hebben om te delen. Een gemeenschap die weigert te verwelkomen – hetzij door angst, vermoeidheid, onzekerheid, een verlangen zich vast te klampen aan comfort of gewoon omdat men genoeg heeft van bezoeker – is geestelijk stervende.” (Jean Vanier) (blz. 146)

En in Henri Nouwens boek ‘Open uw boek. De weg naar onszelf, de ander en God’ is dit te lezen:

“Het staat vast dat ‘gastvrijheid’  de gast vriendschap wil bieden zonder hem te binden. en hem vrijheid wil schenken zonder hem los te laten. Daarom betekent gastvrijheid in de eerste plaats het scheppen van een open ruimte waar de vreemdeling kan binnengaan en vijand tot vriend kan worden. Gastvrijheid houdt niet in dat we mensen willen veranderen, ze betekent dat we andere mensen een ruimte bieden waarin veranderingen kunnen plaatsvinden.” (blz. 72)

Ik hoop dat deze gedachten je ons inspireren om met een gastvrij hart aanwezig te zijn, waar dan ook en voor wie dan ook!

Samen lezen – samen delen – samen eten

samenlezendelenetenbeeldDeze drieslag zal een belangrijke rol spelen als we ons de komende tijd laten leiden door het gemeentethema ‘Verlangen naar het goede leven’.

Deze drie praktijken, die je ook heel direct terug kunt vinden in je dagelijkse leven, hebben een verbinding met de drie kernpraktijken van de zondagse liturgie: de verkondiging (samen lezen), de doop (samen delen) en de avondmaalsviering (samen eten).

Hieronder volgt een korte samenvatting van de essentie van deze drie praktijken:

samenlezenSamen lezen: wat is het mooi en goed om samen een boek open te doen en te lezen wat er staat: er gaat een nieuwe wereld voor je open van verhalen, mensen en wijsheid. Dat boek kan de Bijbel zijn, maar er zijn nog veel meer boeken en teksten die het waard zijn om met aandacht gelezen te worden. Overal waar we samen lezen, kunnen we groeien in openheid voor en nieuwsgierigheid naar nieuwe inzichten. In de liturgie is samen lezen: dat we de Bijbel open doen en luisteren naar wat God te zeggen heeft, nieuwsgierig en open en aandachtig.

samendelenSamen delen: wat is het mooi en goed om met elkaar te delen wat er in je leven speelt. Dat we elkaar vertellen wat ons bezig houdt, wat er leeft in ons hart, waar we door geraakt worden. Samen delen komt ook voor in een uitspraak die veel kinderen goed kennen: ‘samen spelen, samen delen’. Samen delen betekent ook: deel uitmaken van een groep, een gezin, een geloofsgemeenschap en je daarmee verbinden. In de liturgie ervaren we dat samen delen wortels heeft in de doop: door de doop gaan we horen bij een gemeenschap van mensen die het leven met elkaar delen omdat ze samen delen in wat Jezus geeft.

samenetenSamen eten: wat is het mooi en goed om aan tafel te zitten en te genieten van een heerlijke maaltijd. De tafel is een plek waar we samen kunnen oefenen in gastvrijheid door ook te eten met mensen die op een bijzondere manier op ons pad zijn gekomen. Samen eten is dat we ons het voedsel laten smaken dat zorgvuldig is voorbereid in de keuken en waar zorg aan is besteed. In de liturgie proeven we in het avondmaal van Gods goedheid die hij heeft bewezen in Jezus Christus. De maaltijd van de Heer is de ultieme feestmaaltijd die smaakt naar meer.

Stapsgewijs aan de slag met deugden

doemeeendeugdDoor Pieter Vos

Hieronder volgt een voorbeeld van een manier om in 5 stappen met deugden aan de slag te gaan in de gemeente, een groep, een cursus of een miniwijk. Tijdens een eerste bijeenkomst kun je een groot deel van stap 1 tot en met 4 uitvoeren. Maar misschien is er ook behoefte aan om het geheel van de stappen 1 tot en met 3 eerst even te laten bezinken en stap 4 en 5 later te doen.

Stap 1: Kies een deugd, of een ‘praktijk’ waarbij een of meer deugden aansluiten

Het gaat erom dat je keuze aansluit bij wat al enigszins past bij het karakter of de traditie van de gemeente of de groep. Wordt er al veel werk gemaakt van contact en het uitnodigen van buurtbewoners, kies dan bijvoorbeeld voor de deugd gastvrijheid en de bijbehorende praktijk. (Hier vind je voorbeelden van deugden: deugdenproject.nl.)

  • Waarom vinden jullie deze deugd(en) of praktijk als christenen belangrijk?
  • Welke mogelijkheden zie je om er als groep concreet mee aan de slag te gaan?

Stap 2: Ontwikkel inzicht in de deugd door gesprek, lezen en observeren

Om te werken aan deugden is het belangrijk om inzicht in de betreffende deugd te krijgen. Ga in gesprek met elkaar over de verschillende kenmerken van de gekozen deugd.

  • Hoe kun je deze deugd omschrijven?
  • In welke situaties en praktijken is deze deugd vooral belangrijk?
  • Zijn er kenmerkende praktijken waarin deze deugd gepraktiseerd wordt?
    Hoe zien die praktijken eruit?
  • Wat is kenmerkend voor de mensen die eraan deelnemen?

Het is goed en werkbaar om gedurende een week in je eigen leefomgeving te zoeken naar voorbeelden van de deugd. Hoe ziet die deugd er bij mensen uit?

Stap 3: Maak een verbinding met je eigen traditie, praktijken en de deelnemers

Hier gaat het erom dat je de deugd in de eigen gemeente of groep onderzoekt.

  • Zijn er binnen de gemeente of groep al praktijken waarin deze deugd tot uitdrukking komt?
  • Sluit dit aan bij de traditie van de eigen gemeente, groep of kerk als geheel?
  • Zijn er bepaalde gemeenteleden die al heel goed zijn in deze deugd? Wat zie je aan hen? (Het gaat er hier om dat je dit opmerkt bij anderen, binnen of buiten je groep, en dat je de positieve voorbeelden daarvan met elkaar benoemt.)

Vervolgens gaat ieder individueel na in hoeverre de deugd bij zichzelf ontwikkeld is. Dat kan bijvoorbeeld als volgt:

  • Beschrijf een situatie uit je eigen leven waarin de betreffende deugd speelde. Beschrijf deze situatie zo nauwkeurig mogelijk: wanneer, wie, wat, waar, waarom?
  • In hoeverre herken je in je handelen de deugd zoals die in stap 2 is omschreven (welke houding, in welk soort situaties, is er een midden enz.)? Herken je de deugd als kenmerkend voor jouw persoon?
  • Hoe zou je in de door jou beschreven situatie het beste kunnen handelen vanuit de betreffende deugd?
  • Wat zou je willen leren ten aanzien van deze deugd?

Stap 4: Verzamel ideeën om met de deugd aan de slag te gaan in een praktijk en maak een plan

Bij deze stap gaat het erom dat je tot concrete plannen komt zodat er een (versterkte) praktijk ontstaat waarin de deugd of meerdere deugden geoefend worden en tot mooie praktijken leidt/ leiden. Zorg dat de plannen reëel zijn en dat er gemotiveerd aan gewerkt kan worden. Anders kun je het beter niet doen. Tegelijk geldt dat je niet groots hoeft te denken; het kan ‘m in kleine en gewone dingen zitten.
Welke (haalbare) ‘acties’ passen bij de gekozen deugd?

  • Welke praktijk past bij de deugd?
  • Wat is het doel van die praktijk?
  • Hoe kun je in deze praktijk goed samenwerken?
  • Wie gaat wat doen?
  • Wat is daarvoor nodig?

Stap 5: Uitvoeren en evalueren van het oefenen en praktiseren van de deugd

Zorg dat je bij het in praktijk brengen van jullie plannen blijft bedenken hoe dit verband houdt met de gekozen deugd. Neem een afsluitende bijeenkomst van jullie groep om met elkaar door te spreken over wat er in de praktijk is gedaan. Daarbij gaat het er niet om elkaar de maat te nemen. Terugblikkend kun je opnieuw leren en verder komen in de oefening van de deugden en in het samen gemeente-zijn van Christus.

  • Welke mooie voorbeelden van het in praktijk brengen van de christelijke deugden heb je gezien?
  • Wat ging niet goed en hoe zou dat beter kunnen?
  • Welke blokkades hebben jullie ervaren en hoe kunnen jullie daar liefdevol, bescheiden en vergevingsgezind mee omgaan?
  • Hoe willen jullie elkaar blijven versterken als groep en als gemeente van Christus?
  • Wat ging niet goed en hoe zou dat beter kunnen?
    Welke blokkades hebben jullie ervaren en hoe kunnen jullie daar liefdevol, bescheiden en vergevingsgezind mee omgaan?
    Hoe willen jullie elkaar blijven versterken als groep en als gemeente van Christus?

Verlangen naar stilte

wolterhuttingaDoor Wolter Huttinga

Ik ben er steeds meer van overtuigd dat stilte een belangrijke uitdaging voor ons is. Ook voor onze kerkdiensten.

Stil. Het stil laten worden. Er niet doorheen praten.

Waardoorheen?

Nu ja, zeg het maar. Ik noem het maar gewoon: ‘Gods aanwezigheid’.

‘Hij die nederig en stil wandelt in de weg des Heren’. Dat je dat kunt zingen en ervaren in een kerkdienst. Dat je daarnaar leert verlangen.

Soms ben ik bang dat onze kerkdiensten teveel lijken op dat waar de rest van de week ook al op lijkt. Dat een kerkdienst teveel een imitatie is van de schreeuwerige seculiere werkelijkheid die het voor de rest van de week ook al voor het zeggen heeft in ons leven. Zo vind ik het bijvoorbeeld nog altijd jammer dat we – van conservatief tot progressief – destijds overal in de gereformeerde kerken klakkeloos die beamers hebben binnengehaald. Ja, tuurlijk, ik snap het gemak ervan ook wel en daar profiteer ik zelf ook van. Laat maar hangen dus, die hap.

Maar toch: je kunt je hele werkweek in smakeloze hokken doorbrengen waar beamers van die puntsgewijze rotpresentaties op muren projecteren. Mag er ook een plekje zijn waar je ogen even kunnen rusten van die goedkope bullets en plaatjes en ‘aantrekkelijk vormgegeven’ prullaria? Mag die plek alsjeblieft de kerk zijn?

De kerk als plek waar even geen informatie in je gepompt wordt. Waar je ogen en oren tot rust mogen komen. Waar je stil kunt worden voor God.

Aan dat soort dingen denk ik als het gaat over de kerk als oefenplaats voor het goede leven. Noem me een somberaar, maar ik ben van mening dat het leven zoals onze cultuur het ons leert te leven in- en in verziekt is. En van de kerk verlang ik op dat punt één ding te leren: gezondheid.

Praktijken die karakters vormen?

pietervosDoor Pieter Vos

Eén van de uitgangspunten van het gemeentethema is dat je karakter gevormd wordt door deel te nemen aan praktijken. Dat lijkt misschien een modern en modieus idee: door praktische oefeningen aan je karakter werken. Ook in opleiding en werk is daar veel aandacht voor. Is dit niet gewoon een vorm van modern zelfmanagement, maar dan in een christelijk jasje?

Juist de nadruk op ‘praktijken’ maakt volgens mij duidelijk dat het hier om iets anders gaat. Een praktijk is namelijk allereerst een gezamenlijke activiteit. Je bedenkt een praktijk niet zelf. Het is een kenmerkende manier van doen van een gemeenschap, met een bepaalde traditie.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat christenen door de eeuwen heen herkenbare praktijken hebben vormgegeven. In het gemeenteproject staat er drie centraal: samen lezen, samen delen, samen eten. Deze praktijken hebben in de gemeenschap van de kerk een specifieke kleur. Bij samen lezen gaat het allereerst om het spellen van het Woord. Samen delen is bij uitstek het delen in de dood en opstanding van Christus, zoals dat in de doop tot uitdrukking komt. En samen eten doen christenen eerst en vooral aan de Maaltijd van de Heer.

De uitdaging is nu om dit lezen, delen en eten te gaan zien als praktijken waardoor je als christen gevormd wordt. Door steeds maar weer samen de bijbel te lezen en uit te leggen, te dopen en te eten en te drinken aan de Tafel van de Heer oefenen christenen een bepaalde manier van leven. Door deze dingen te doen wordt je karakter gevormd, als discipel van Jezus. Als dat niet zo was, zouden we net zo goed andere dingen kunnen doen.

Door samen te lezen oefen je in karakterhoudingen als ontzag, verwondering en ontvankelijkheid. Door de praktijken van ‘samen delen’ en ‘samen eten’ ontwikkel je deugden als barmhartigheid, geduld, afhankelijkheid en opofferingsgezindheid. En dat alles op zo’n manier dat je deze houdingen vooral ook van elkaar leert. Dan kan de gemeente een boeiende groeiplaats van het goede leven worden.

Gespreksvragen bij het gemeentethema

downloadPDFOp zondag 6 september maken we een start met het nieuwe kerkelijke seizoen. Dat zal in het teken staan van het thema: ‘Het goede leven. Praktijken die karakters vormen’. Het inspiratiedocument kun je hier lezen: ‘Verlangen naar het goede leven‘.

Om samen het thema te verkennen zou het heel mooi zijn als alle miniwijken er in september een bijeenkomst aan wijden, of een andere manier vinden om er samen over in gesprek te gaan. Stap 1 daarvoor is in elk geval dat iedereen het document een (paar) keer aandachtig doorleest (in de kerk zijn nog veel meer papieren exemplaren te vinden, op de leesplank van het Leerhuis in de kelder, én in de entree van de kerk).

Om te weten: zondagmorgen 6 september staat de startdienst om 10.00 uur in het teken van de eerste tekst die genoemd staat in het inspiratiedocument: ‘Ik ben gekomen im hun het leven te geven in al zijn volheid‘. De dienst van zondagavond 6 september 19.00 uur is een leerdienst waarin het verhaal van het inspiratiedocument op een verdiepende manier wordt toegelicht (met accent op samen lezen, samen delen en samen eten). Op zondagmorgen 13 september 10.00 uur (Avondmaalsdienst) staan we stil bij de tweede tekst die genoemd staat op de voorkant van het inspiratiedocument: ‘Wat ik doe, doorzie ik niet, want ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat.

Onderstaande gespreksvragen zijn bedoeld als hulpmiddel om het thema samen te verkennen en er over in gesprek te raken.

  1. Wat voor beeld heb jij bij ‘het goede leven‘? Waar denk je aan? Wat zie je voor je? Wat voel je? Wat gebeurt er dan?
  2. Wat zegt de Bijbel volgens jou over ‘het goede leven‘? Welke andere begrippen gebruikt de Bijbel om hierover te spreken?
  3. De eerste zinnen van het inspiratiedocument luiden zo: ‘Herken je het? Dat je regelmatig verstrikt zit in gedrag, in manieren van denken en in patronen die je helemaal niet wilt?’ Nou, herken je het? Wanneer dan? Wat is er dan aan de hand?
  4. Waar verlang jij naar? Neem even een minuut de ruimte om helemaal stil te worden van buiten en van binnen, en zoek dan van binnen naar het antwoord op die vraag: ‘Waar verlang jij naar?’ En deel dat antwoord met iemand die naast je zit.
  5. Wij worden gevormd, onze karakters worden gevormd door praktijken: dingen die we (samen en regelmatig) doen. Kun je daar voorbeelden van geven? Welke praktijken zijn voor jou belangrijk?
  6. Als je iemands karakter wilt typeren dan maak je vaak gebruik van woorden die deugden aanduiden, zoals: vriendelijk, geduldig, zachtmoedig, trouw enzovoort. Zet voor jezelf eens drie deugden op een rijtje waar je heel graag in zou willen groeien.
  7. Welke van de drie speelt in jouw leven de belangrijkste rol: samen lezen, samen delen, of samen eten? Wat zou je meer willen doen? Wanneer? Met wie?
  8. Hoe leg jij de verbinding tussen wat er op zondag in de liturgie gebeurt en hoe je op alle dagen van de week je leven invult?

 

Het goede leven in beeld

samenlezendelenetenbeeldVerlangen naar het goede leven. Dat is het gemeentethema van de Plantagekerk in 2015-2016. We focussen op drie praktijken: samen lezen, samen delen en samen eten. Deze drie praktijken, die je ook heel direct terug kunt vinden in je dagelijkse leven, hebben een verbinding met de drie kernpraktijken van de zondagse liturgie: de verkondiging (samen lezen), de doop (samen delen) en de avondmaalsviering (samen eten).

Lees verder de korte omschrijving die je hieronder vindt.

Wie doet er mee met deze opdracht? Maak drie foto’s die samen een drieluik vormen waarop ‘samen lezen’, ‘samen delen’ en ‘samen eten’ in beeld zijn gebracht. De drie foto’s hangen gedurende het seizoen 2015-2016 in de ontmoetingskelder van de Plantagekerk en ze komen ook op de site van de Plantagekerk te staan.

Verdere toelichting

samenlezenSamen lezen: wat is het mooi en goed om samen een boek open te doen en te lezen wat er staat: er gaat een nieuwe wereld voor je open van verhalen, mensen en wijsheid. Dat boek kan de Bijbel zijn, maar er zijn nog veel meer boeken en teksten die het waard zijn om met aandacht gelezen te worden Overal waar we samen lezen, kunnen we groeien in openheid voor en nieuwsgierigheid naar nieuwe inzichten. In de liturgie is samen lezen: dat we de Bijbel open doen en luisteren naar wat God te zeggen heeft, nieuwsgierig en open en aandachtig.

samendelenSamen delen: wat is het mooi en goed om met elkaar te delen wat er in je leven speelt. Dat we elkaar vertellen wat ons bezig houdt, wat er leeft in ons hart, waar we door geraakt worden. Samen delen komt ook voor in een uitspraak die veel kinderen goed kennen: ‘samen spelen, samen delen’. Samen delen betekent ook: deel uitmaken van een groep, een gezin, een geloofsgemeenschap en je daarmee verbinden. In de liturgie ervaren we dat samen delen wortels heeft in de doop: door de doop gaan we horen bij een gemeenschap van mensen die het leven met elkaar delen omdat ze samen delen in wat Jezus geeft.

samenetenSamen eten: wat is het mooi en goed om aan tafel te zitten en te genieten van een heerlijke maaltijd. De tafel is een plek waar we samen kunnen oefenen in gastvrijheid door ook te eten met mensen die op een bijzondere manier op ons pad zijn gekomen. Samen eten is dat we ons het voedsel laten smaken dat zorgvuldig is voorbereid in de keuken en waar zorg aan is besteed. In de liturgie proeven we in het avondmaal van Gods goedheid die hij heeft bewezen in Jezus Christus. De maaltijd van de Heer is de ultieme feestmaaltijd die smaakt naar meer.

Het gaan van de Weg is het doel

SAMENLEZENDELENETENNa de zomer starten we in de Plantagekerk door aandacht te geven aan het gemeentethema ‘Verlangen naar het goede leven: praktijken die karakters vormen’.

We hebben niet een uitgewerkt programma. Wel een verlangen: dat we oefenen en groeien in het goede leven.

En we maken ook een keuze: niet inzetten bij het uitwisselen van allerlei (geloofs)overtuigingen waar we dan weer veel over gaan praten, maar inzetten bij concrete praktijken. Want geloven is niet primair dat je een set overtuigingen deelt maar dat je participeert in een set praktijken. We hebben er drie uitgekozen waar we extra aandacht aan besteden: samen lezen, samen delen en samen eten.

We hebben een inspiratiedocument geschreven. Je kunt het document

Ergens in dat document komt deze zin voor: het gaan van de Weg is het doel. Want we willen niet (weer) allerlei doelen stellen. We willen graag voorbij de doelstellingen beantwoorden aan Gods bedoeling met ons leven als leden van een geloofsgemeenschap. Dit is Gods bedoeling: dat Jezus in het Midden is. Hij is de Weg die we gaan, omdat hij voor ons de weg al is gegaan.